![]() |
| Joan Miro - danseur - 1928 |
//bij het zien van een goed en schoon schilderij kun je wegdromen, dan krijgt je droom een plaatstoegewezen door het kunstwerk, het zichtbare dat stand houdt, en je kunt in de artistieke beleving alles kwijt wat je invalt en erbij verzint/ mooi verzinnen is bepaaldelijk geen zondige aangelegenheid en voor een goed verhaal is altijd wel een juffrouw Saartje te vinden die een kopje koffie schenkt en haar handen afstrijkt aan een helder wit gesteven schort/
- het blauwe vlak van Miro vertelt ons over de betrekkelijke koele stemming waarin de danser zich beweegt, het thema van zijn dans is weergegeven in de speelse lijn met de twee zwaardere uiteinden, een voor naar beneden kijken en een voor omhoog zien, die langs het rode hart gaat, op haar beurt is dit warmvoelend hart met een dunne draad verbonden is aan de nieuwe maan/
/het is alsof het hart een stapje hogerop komt met het volgen van de kromme lijn, het als een insect gegeven gewicht dat het hart recht houdt en in balans verzekert ons van de standvastigheid waarmee wij verbonden blijven met onze natuurlijke verbondenheid met het animale/
